Neogotische kruisbasiliek, van circa 1925, gelegen op een hoogte, met omgevend kerkhof.
De plattegrond beschrijft een westelijk gerichte voorgevel, geflankeerd door een vierkante toren ten zuiden, een driebeukig schip van drie traveeën, een transept van één travee, een koor van twee rechte traveeën met driezijdige sluiting, geschraagd door steunberen en voorzien van een sacristie aan de zuidzijde. De kerk is volledig opgetrokken uit breuksteen, en voorzien van spitsboogvensters.
Interieur: pseudo-basilicale opstand met bakstenen spitsboogarcaden op zuilen met acanthusbladkapiteel. Kruisribgewelven waarvan de ribben steunen op colonnetten met kraagstenen.
Mobilair: Gekruisigde Christus, hout (18de eeuw); Sint-Sebastiaan, volkskunst, gepolychromeerd hout (18de eeuw); Sint-Lambertus (18de eeuw); Sint-Sebastiaan, gepolychromeerd hout (circa 1700).
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Sint-Lambertus [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/84296 Geraadpleegd op 12-11-2019
Clement Cartuyvels was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek.

De bank Cartuyvels:

Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na.
