ERFGOUD

Burgemeesters

Cartuyvels, (Marie Guillaume) Clément, burgemeester

Clement Cartuyvels leidde de stad tijdens de bloeiende Belle Epoque, maar maakte ook de Eerste Wereldoorlog mee

Cartuyvels, (Marie Guillaume) Paul, burgemeester

Burgemeesterszoon en bevelhebber burgerwacht, kasteelheer Rochendaal. Als burgemeester bouwheer weeshuis en restauratie

Coart, Frans, burgemeester Zepperen

Burgemeester die belangrijke openbare werken liet uitvoeren en de gemeenteschool vlakbij zijn herenhoeve en het kerkplei

Coelmont, Joannes Leonardus, burgemeester Brustem

...m 13.08.1865 , x 1797 Maria Anna Lelièvre Zoon van pachter Guilhelmus en Maria Anna Hespsbiens of Hesbeens. Bij Molen...

De Jongh, Edgard (Marie Alphonse), burgemeester

Zoon van de gekende schepen Guillaume De Jongh. Geneesheer en Lourdes-promotor

de Moffarts d’Houchenée, baron Marie Florentin Fernand, burgemeester Kerkom

...1922 Emma Van Brienen Zoon van Adolphe en Françoise de Chestret de Haneffe. Kasteelheer Kerkom. Vader van Rosine (18...

de Menten de Horne, ridder Jean Théodore Ferdinand Leopold, burgemeester

...-Truiden 08.10.1860 Marie de Stappers Zoon van eigenaar Léon François te Horne en gravin Anne Cathérina de Corsware...

de Marneffe, Abdon (Joseph Maximilien Alexandre Oscar), burgemeester

...Sint-Truiden 20.02.1992 , ongehuwd Zoon van nijveraar en melkerijdirecteur François Joseph en Marie Odile Bormans van ...

de Pitteurs Hiegaerts, baron (Théodore) Ernest (Louis Ignace), burgemeester

...35 Brussel 22.11.1903 nicht Laure de Pitteurs-Hiégaerts Zoon van Charles, kasteelheer te Ordingen, en Marie Henri..

Delgeur, Nicolaus, burgemeester

...nt-Truiden 21.02.1875 Rosalie Beckers Zoon van Michaël Englebert en Maria Anna Vanham die gehuwd waren in Sint-Jacob...

Poelmans, Guillaume Joseph, burgemeester Brustem

...m 21.08.1936 Maria Catharina Schoofs Kleinzoon van burgemeester Willem (1798-1881). Zoon van Egide Norbert en Maria Th...

Ramaekers, Pierre (Henri Hubert), burgemeester

...den 14.11.1969 Alice Goffinet Zoon van Hubert, mijnwerker en vakbondsafgevaardigde, en Melanie Jonas. Schoonbroer van...

Quintens, (Jan) Bernard, burgemeester

...1858 Maastricht Caberg 25.04.1923 Theresia Torbeyns Zoon van landbouwer Joseph en Martha Stas. Doctor genees-...

Portmans, ridder (Frans Maria) Ferdinand, burgemeester Hasselt

Truienaar Portmans werd in 1895 burgemeester van Hasselt en bleef dat tot in 1937 !

Burgemeester 2005

...10 joarDa ich mich inzet ver Sintruin.Ich weit het, joa 't is woarVerkierde kl6kskes goenke loinMa ich trok mich da ne a...

Beweeg over een jaartal...
ONTDEKKING VAN DE DAG

De legende van de "Kommeduur"

De Franse bezetter had vanaf 1795 alle kerkelijke bezittingen vogelvrij verklaard. De openbare verkoop ervan lokte ondernemers aan. Zo werd de commanderij Bernissem van de Duitse ridderorde opgekocht door de Sely-Longchamp en schoonzoon Hyacinthe de Chestret startte er in 1839 een bietsuikerfabriek. In 1880 was er een zware brand en agronoom Jules Cartuyvels herbouwde de fabriek, die tot in 1913 bleef werken. 

In de volksmond bleef de herinnering aan de brand bewaard, geromantiseerd voor het stedelijk infoblad 'Hier en Nu' in de jaren 1965-1976 door landbouwleraar en stadssecretaris Georges Vandenborne, die afkomstig was van Bernissem. De 'Commeduur' zou later door hem nog opgevist worden in de carnavalsorde 'van de Commeduur' en in de 'Commanderie' van de fruitteeltlobby. Roger Collart bundelde diverse verhalen van Vandenborne in zijn cursus volksverhalen en legendes. 


“Uchtern” zuchtte de totaal versleten vrouw gelaten, “dat wordt niet meer gedaan. De mensen hebben geen tijd meer om avond aan avond gedurende de lange wintermaanden dicht bijeen rond het haardvuur te kruipen. De televisie heeft de legendes verjaagd. Vroeger, toen ik jong was, vertelde mijn grootmoeder nog al die oude verhalen. Eerst verplichtte ze iedereen geduldig in de vlammen te staren, wel een uur lang. Er werd weinig gesproken. De mannen gaven de brandewijn door. De vrouwen naaiden tevreden omdat het klein grut weer voor een paar uren verzadigd was aan aardappelen met melksaus. Vroeger…” Haar blik richtte zich weer op de vlammen, als zocht ze daarin het antwoord op die onbegrijpelijke beschaafde, kille 20ste eeuwse wereld, en dat antwoord kwam… We tuurden nu allemaal in de vlammen, we wilden zien wat de oude vrouw zag…

“Kent ge de hoeve van Bernissem”? Ze zweeg even maar niemand onderbrak haar. We zochten het antwoord van die kronkelende slangen. “Jaren geleden kon je de hoeve al van ver zien liggen als je in de richting van Terbiest wandelde. De hoge bomen piekten als een beschermende haag rond de hoeve, maar dat belette niet dat hier en daar vlekjes verweerd baksteen tussen de takken glinsterden. Ze had er altijd al gestaan zolang als ik leefde, zo langs als mijn grootmoeder leefde. We wisten wel dat de Tempeliers er eeuwen en eeuwen geleden hun “kommeduur” strenge gehoorzaamheid verschuldigd waren. Bernissem was een kommanderij van de Teutoonse ridderorde, een van de vele. En de kommeduur, de “comthur” noemden de ridders hem, was geliefd bij zijn mensen en bij de bevolking. De jaren regen zich aaneen tot een snoer van rustige eeuwen en toen gebeurde het…” Eén vlam spetterde plots hoog op, het hout knetterde en wierp gensters de kamer in. Gefascineerd bleven we de vlammen fixeren.

“De Fransen kwamen”. Even keek de oude vrouw op. “Er zijn er velen geweest, maar toen mijn grootmoeder nog een jonge stevige vrouw was (ze moet toen vijftien of zestien jaar geweest zijn) waren de Fransen in het land. Napoleon wierp heel Europa aan zijn voeten. Het ene decreet na het andere ontnam onze mensen hun vrijheden. Ook de Truiense ridderorde werd ontbonden. Bernissem werd een suikerfabriek. De boeren uit de omgeving meden haar zoveel mogelijk want Bernissem stierf voor hun ogen”.

De oude vrouw leek voor onze ogen in elkaar te schrompelen. “De fabriekslui zorgden niet voor het landgoed. Bernissem werd niet met liefde behandeld. Voor hen was de hoeve slechts een opeenhoping van bakstenen en pannen, toevallig bruikbaar als fabriek. Zo een houding vroeg om ongelukken. Toen mijn grootmoeder zowat twintig jaar was, sloeg de brandklok op zekere nacht alarm. In hun lange onderbroeken holden de mannen naar de plaats van het onheil: van ver zag je het vuur al boven de bomen uitslaan. Bernissem werd door de vlammen verwoest. Ook de vrouwen renden naar de hoeve toe en de kinderen sukkelden er achter aan. Met emmers, kommen, ketels en pannen werd gezeuld om te redden wat er te redden viel. Te laat echter… het ogenblik kwam dat de toegeschotenen het moesten opgeven, machteloos stonden ze daar toe te kijken hoe de eeuwenoude hoeve onder hun ogen tot puin verviel, tot plotseling… een bloedrood waas zich verspreidde op de plaats waar voorheen de kapel stond. Er ging een rilling door het publiek maar toch bleven ze aan de grond genageld staan. Voor hun ogen ontplooide het bloedrode waas zich tot een prachtig misgewaad en boven het misgewaad verschenen heel vaag het hoofd en de gelaatstrekken van de laatste kommeduur. Toen zagen ze ook zijn handen, twee lijkwitte handen in een zegenend gebaar boven een kelk gestrekt. De kommeduur las de mis ! De kommeduur nam wraak!

De baldadigheid van Napoleon was eindelijk gewroken! Vol eerbied volgden de omstaanders de plechtigheid. Toen het vuur in de ruïne uitdoofde, verlieten ze in alle stilte de plaats van het onheil. De kommeduur kon voor eeuwig rusten…”



Lees: Roger COLLART, Volksverhalen en legenden, cursus toeristische gids, Sint-Truiden: stadsbestuur, 1992; Veerle JACOBS, Bietsuiker. Het 19de-eeuwse Haspengoud, in Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914. Tentoonstellingen Sint-Trudofeesten 1998, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw., 1993, p. 160-167, met catalogusnotities door Willem DRIESEN, p. 167-174.