Het Sint-Martenplein, met één a

Binnen de oude stadskern ligt westelijk langs de Stapelstraat het Sint-Martenplein, zo genoemd naar de prominent aanwezige kerk, nu toegewijd aan Sint-Martinus. De volksmond spreekt van 'Sintte-Matte'. De Stapelstraat was tot voor de westelijke omleiding van de steenweg Luik-Brussel de uitvalsweg richting Tienen en later richting spoorwegstation. Het pleintje ligt halfweg Grote Markt-Tienesevest en behoorde tot voor 1800 bij het gebied van de prinsbisschop van Luik als halfheer van Sint-Truiden.

Kadasterplan 1830 ca., het noorden ligt links

Oorspronkelijk sloten de gebouwen van het stedelijk hospitaal (1240), Berg van Barmhartigheid en weeshuis, later tot 1910 Ecole Moyenne, en enkele private huizen nauw aan bij het waarschijnlijk druk gebruikte kerckhoff rond de 13de eeuwse H.Grafkerk, de latere Sint-Martinuskerk. De aanleg van het spoorwegstation in 1839 gaf een impuls aan het handelsleven in de straat. Bij de afbraak van de gasthuisgebouwen (kapel uitgezonderd) in 1911 voor de nieuwbouw in neo-maasrenaissance van het postkantoor door stadsingenieur Guillaume Govaerts kwam een pleintje vrij. Voor de uitbreiding van dit ‘hofje’ werden ook naar verluidt enkele huizen op de Nieuwe Steenweg (nu Breendonkstraat) afgebroken. 


De Ursulinen lieten oostelijk bij hun armenschooltje een patronaatszaal Sint-Martinus opbouwen. Eind oktober 1919 werd een theater- en filmzaal ‘De Palace’ gebouwd door drukker Georges Van West en ondernemer Paul Philips, aannemer Frans Claes-Leekens, gesloopt in 1988. In 1927 kwam op het pleintje het monument voor gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog. In 1930 volgde pas het PTT-gebouw. In 1954 is het monument uitgebreid met twee vleugels voor de Tweede Wereldoorlog en ingeleid door een hardstenen podium. Achter het   monument  groeide een grote linde, overblijvend exemplaar van eerdere aanplantingen. Iets verder achter het het monument   ligt een onzichtbare schuilkelder uit WO II. 




Herinrichting plein en Stapelstraat volgde in 1999, waardoor het parkkarakter en een laag hekwerk verdween. Dit in het kader van gefaseerde binnenstadvernieuwing met subsidie Koning Boudewijnstichting. Het plein kreeg daardoor een meer publiek karakter en was geschikt voor kleinere evenementen. Potten voor vlaggenmasten, dwarsparkeerplaatsen en enkele laanbomen. Het postkantoor werd gesloten in 1999, de frietkraam ‘De Post’ verdween in 2011. Beeldkwaliteitsstudie door Bureau voor Urbanisme Leuven en geplande pleinheraanleg in 2014-2016 in het kader van de vernieuwing van de binnenstad. Wegnemen van parkeerplaatsen, boompjes en straat. Het Agentschap Onroerend Erfgoed ging in 2017 over tot de tijdelijke opheffing van de bescherming van het gedenkteken Wereldoorlogen om dit te kunnen verplaatsen naar de zuiderkruisbeukgevel om ceremonieel te vergemakkelijken en plein op te waarderen. 

Monument voor slachtoffers Eerste Wereldoorlog voor de uitbreiding


Het plein rond 1975



Op en langs het plein zie je diverse erfgoeditems:

\

* Monument voor slachtoffers van de beide wereldoorlogen. Oorspronkelijke tekst ‘Aan onze Helden 1914-1918’: Victor De Haen (1866-1934 Etterbeek, ander werk Martelaar in Kruidtuin Brussel en Wiertz in Dinant), onthuld op 26 juni 1927. Hoogreliëf in Euville gesigneerd rechts onder V. de HAEN, op hardstenen sokkel. H. Trudo in kazuifel zet voet op kapiteel (abdijstichting), slaat een bron met zijn (metalen) staf (bronwonder Amburnia in Vita Prima) en smeekt met blik en hand naar de hemel geheven bescherming af (Heilig Hartthema). De bron laaft een zwakke ouderling. Vrouw met kind/putto en stervende soldaat met adrianhelm, huisvader? (Piëtathema). Vaandeldrager met adrianhelm. Trompetter met hoge burgerwachtkepie. Ziekenzuster die stervende soldaat met adrianhelm troost. Smeedijzeren hekwerk 1930 door Karel en Jean Leemans Sint-Truiden. Aanpassingen WO II: podium in Ourthe-breuksteen met hardstenen lijstwerk, zijpanelen in Euville met natuurstenen kroonhaken om kransen op te hangen met centrale medaillons van lauwerkrans, zwaard/fakkel en centraal motief: Limburgse leeuw, tweekoppige adelaar Sint-Truiden. Ontwerp uitbreiding WO II door stadsingenieur Maurice Warniers, aannemer Janssens Westmeerbeek. Twee staande lantaarns recent vervangen door muurlantaarns. Aan WO II aangepaste ontwerpmaquette oorspronkelijk in Academie Beeld, nu bewaard in Museum. Vliegbasis Brustem (Abdijsite) met enkele afwijkingen: Trudo met kerkje achter zich, soldaat ipv. ouderling, meerdere 1914-soldaten in laagreliëf. Smeedijzeren bloementuil in imitatiebrons geschilderd, gesigneerd door kunstsmid Pierre Radoux (1864-1939). Dit monument is beschermd als oorlogsgedenkteken bij MB 22-01-2014. De gebruikte Euvillesteen met grote poriën is kwetsbaar. De blauwe hardsteen van de grafmonumenten is sterk afgesleten/verweerd en in enkele gevallen in meerdere stukken gebroken.

\\

In de loop van januari 2021 werden er door Lapis Arte bvba restauratiewerken uitgevoerd aan het oorlogsgedenkteken. De restauratie had als doel het algemeen uitzicht te harmoniseren, de afgebroken arm van H. Trudo te herstellen en toegevoegde materialen die negatieve gevolgen hebben voor vorm en structuur te verwijderen. Deze werken werden uitgevoerd met financiële steun van de provincie Limburg.

Onderschrift...


Nog steeds ceremoniële plek voor oudstrijders en vaderlandslievende verenigingen. 

* Solitaire boom: linde, zou in theorie kunnen verwijzen naar vrijheidsboom (Franse Tijd of 1830) of vredesboom (WO I of WO II), maar is dit niet. Wel resterende van trio. Zilverlinde, geplant in 1920 (HBVL, Rik PIRARD). Zware scheur verankerd in 1994, boomchirurg Erik Buysse. Gesteltak recent afgescheurd). Lindeboom: deskundige behandeling en verankering gesteltakken. 2002: gesteltak uitgescheurd en gedeeltelijke inknotting. Recente zware snoei 26 april 2016.

* 5 rechthoekige 17de eeuwse grafmonumenten met sterk verweerde medaillons en blazoenen neergelegd in grasveld, beveiligd met laag smeedijzeren hekwerk, gerecupereerd van het squareke Toekomststraat. Zie DE HERCKENRODE. Eéntje ligt apart met nog leesbare tekstdelen.


* Sint-Maartenkerk met vroegrenaissancetoren in Maastrichtersteen 1550 (datering G. HEYNEN 1980) en neo-romaans schip in Gobertange nov. Edmond Serrure 1888-1898. Gebeeldhouwde tympanen door Aloïs De Beule (ADB). Heroprichting parochie Sint-Marten in 1885. Sint-Martinus als patroonheilige werd populair in de 17de-18de eeuw. Moderne lokale heiligenbeelden in gevelhoeknissen 2014. Sint-Martinuskerk in gefaseerde restauratie (bescherming 21-09-1936 toren en 10-07-1997 schip)

* Twee hoeken met appartemententoren jaren 1970, de zuidelijke werd recent gerenoveerd.

* Hoekhuis in neo-vlaamse renaissance, begin 1900, gesigneerd arch. Dehennin, loofwerk in sluitstenen Maastrichtersteen.
  
* Gerenoveerd 17de-eeuws langshuis, maaskalkstenen omlijstingen, sluitsteen met ‘1650 1947’. 


Opbouw postkantoor naar ontwerp van stadsingenieur Govaerts, 1930


 Lees: Leon DE HERCKENRODE, Collection de tombes, épitaphes et blasons receuillis dans les églises et couvents de la Hesbaye, Gent, 1845, p. 134, 144, 147, 155, 158, 161, 162, 163, 164, 365, 764 en 765; Achille THIJS, Van de H.-Graf- tot de St.-Martenkerk en haar parochie, (Doorheen het aloude Sint-Truiden, 19), Sint-Truiden, 1970; Els HERMANS, Limburg. Gedrukte iconografie vóór 1900, Hasselt, ca. 1980, p. 109-111. O.m. 1858: ets door SCHAEPKENS; Gerard HEYNEN, De bouw van de toren der Sint-Maartenkerk te Sint-Truiden, in Historische bijdragen opgedragen aan Pater Archangelus Houbaert o.f.m., Sint-Truiden, 1980, p. 113-131; Parochie Sint-Marten Sint-Truiden 100 jaar, Sint-Truiden, 1985; Fernand DUCHATEAU, Sintrùin vàn achter Kàppesenèsse tot Zwàtwóter, 2. Sinte-Màtte blienkt, in ’t Bukske, 2, Sint-Truiden, 1985, p. 23-34; Albrecht GOORTS, Sint-Maarten te Sint-Truiden: getuige van een groot Vlaams verleden, Sint-Truiden, 1992; Els DECONINCK, Edmond Serrure, architect van de vernieuwde Sint-Maartenkerk, in Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914, Sint-Truiden, 1998, p. 74-77; Jozef SMEESTERS, Grafstenen in Sint-Truidense kerken. Monumenten voor de eeuwigheid?, in Sint-Truiden, steen voor steen gebouwd, OMD, Sint-Truiden, 2003, p. 53-61 + bibliografie p. 104; Reinhilde PIETERS, Uit de Codex Parochiae Sancta Martini ad S. Sepulchrum, in Historische bijdragen over Sint-Truiden en omgeving opgedragen aan Kamiel Stevaux, Sint-Truiden: GOKSint-Truiden. 2006, p. 275-280; Albrecht GOORTS, Het mysterieuze retabel van Sint-Maarten, in Sint-Truiden grenzeloos monumentaal! Import-export, OMD, Sint-Truiden, 2006, p. 22-27; Ferdinand DUCHATEAU, Armenzorg en ziekenzorg in Sint-Truiden voor 1800, en Petra BOEKSTAL, Unieke 17de-eeuwse ontwerptekeningen van het gasthuis en het weeshuis in de Stapelstraat, in Zorgmonumenten en monumentenzorg in Sint-Truiden, OMD, Sint-Truiden, 2009, p. 9-22, en 32-41 + bibliografie p. 120; Rombout NIJSSEN en Jozef SMEESTERS, In orconde der waerheyt…: oorkonden van de armengulde van de Heilig-Grafparochie in Sint-Truiden 1400-1650, Sint-Truiden: Erfgoedcel, 2010; Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden, 2011: COENEGRACHTS, DENENNIN, GOVAERTS Guillaume, MEEKERS, SERRURE; Paula MORIA, Wandeling langs verdwenen en nieuwe theaterzalen, in Sint-Truiden, al eeuwen gaststad voor muziek, woord en beeld, OMD, Sint-Truiden, 2012, p. 19-20. - Stadsarchief Sint-Truiden. inv.nr. 5939.1: monument Stapelstraat, met o.m. voorbereiding 1919-1925.







ONTDEKKING VAN DE DAG

Erfgoedverkenning van Ordingen

Ordingen is met 192 ha een van de kleinere deelgemeenten van Sint-Truiden. Maar klein is niet synoniem van saai, daarvan getuigt de rijke geschiedenis van dit dorp. Een eerste vermelding van ‘Ardinghen’ vinden we in 1192, maar waarschijnlijk was er al vroeger een woonkern. Tijdens de middeleeuwen was Ordingen een heerlijkheid, in de 17de eeuw wordt het een kommanderij-dorp, in de 19de eeuw een kasteeldorp en vandaag is het kleine dorp van weleer uitgegroeid tot een ‘voorstad’ van Sint-Truiden.


We beginnen onze wandeling aan de kerk, toegewijd aan de heiligen Harlindis en Relindis, de twee zussen die Aldeneik stichtten. Er zijn slechts drie parochiekerken die hen als patronessen hebben, Aldeneik, Ordingen en Ellikom. Over hen doen allerlei verhalen de ronde, hier is er één van: Toen hun klooster werd gebouwd, ging dat niet snel genoeg naar hun zin, daarom hielpen ze een handje. Dat gebeurde achter de rug van hun vader, want adellijke dames werkten niet. Toen hij ze op een dag betrapte met hun schort vol stenen, zeiden ze dat ze rozen droegen en kijk: de stenen waren in rozen veranderd.

De kerk werd gebouwd in 1857 ter vervanging van de eerste parochiekerk, gelegen bij het kasteel, die bouwvallig was geworden. Het plan van de kerk was van architect Gerard, maar al enkele jaren later moet architect Jos Schadde ingrijpen omdat de toren verzakte. Hij lost het probleem op door een portaal tegen de toren aan te bouwen (1885). Links in de kerkmuur is de toegang tot de grafkapel van de familie de Pitteurs-Hiegaerts. Zij lieten deze kapel maken voor de som van 5000 toenmalige franken.

Het interieur is eerder sober, toch zijn er enkele kunstschatten zoals de beeldengroep van de patronessen (16de eeuw) en een processiekruis uit de 14de eeuw. Het meubilair komt uit het beeldsnijderatelier van Janssen (Sint-Truiden) naar ontwerp van Gerard. Elk van de tien vensters heeft een eigen traceerwerk.

Links in het koor geeft een deur toegang tot de ‘kapel van de baron’. Deze heeft luiken die werden geopend zodat de adellijke familie de dienst kon volgen zonder zich onder het gewone volk te mengen. Oudere mensen vertellen dat, als de familie te laat was, de priester wachtte om te beginnen tot ze er waren. Op het kerkhof, niet meer gebruikt sinds 1964, zijn nog enkele oude grafkruisen (16de en 17de eeuw) tegen de muur geplaatst .

Tegenover de kerk staat de oude kapelanie, nu grondig gerestaureerd. Tot in de 18de eeuw was er een kapelaan in Ordingen. Hij stond in voor het onderwijs van de dorpskinderen.

Het voormalige gemeentehuis dateert uit de 19de eeuw. Het was tevens dorpsschool en bibliotheek, maar kwam leeg te staan bij de fusie van de gemeenten in 1977. Nu is het privébezit en wordt het met veel respect voor de oorspronkelijke architectuur vernieuwd.

Wat nu parking is, was de speelplaats van de school. Eens per jaar, bij de ‘grote’ kermis, stond hier een deel van de attracties. ‘Grote’ kermis in september was een van de drie kermissen die jaarlijks gevierd werden; je had ook ‘kleine’ kermis in februari en ‘stoazie’ kermis, de wijkkermis van de mensen die rond het station woonden.

Het gebouw aan de overzijde (Relindislaan 1) was vroeger een ‘vuurmolen’ met boerderij, café en winkel. Hij verving de oude watermolen die in 1875 buiten werking werd gesteld.

Aan het huis met nummer 22 langs de weg Ordingen-Dorp is nog een kerkwegeltje dat vroeger naar het Broek (gemeentelijke weide) leidde en verder liep naar Bautershoven. Ook op de Hogeweg is nog zo’n wegje. Dit leidt naar de Tongersesteenweg. Deze twee zijn de enigen die overblijven van een netwerk van kleine voetwegjes die een kortere verbinding waren tussen de huizen en de kerk.

Een zeer opvallend gebouw is het kasteel van Ordingen, opgetrokken in neorenaissance stijl in 1879. Opdrachtgever was de familie de Pitteurs. De plannen waren van de hand van Jos Schadde; zijn leerling Paul Saintenoy voltooide de bouw. Het is een zeer gevarieerde architectuur: geen twee torens zijn identiek en er is een grote variatie in de gevels, heel anders dan het eerder sobere poortgebouw dat uit de 17de eeuw dateert, wanneer de landcommanderij van Alden Biesen het goed van de heren van Horion verwerft. Het oude kasteel wordt vervangen door een waterkasteel. Uit diezelfde tijd bleven ook nog een alleenstaande toren en het zogenaamde commandeurshuis bewaard.

Boven de toegangspoort is het wapenschild van Edmond Huin van Amstenraedt met de datum 1663 ingemetseld. Men kan nog steeds de sporen zien van de ophaalbrug en ook een nis waarin ooit een beeld heeft gestaan.

In de gevel van het commandeurshuis vindt men ook een steen met het wapen van de Teutoonse Orde en de datum 1740. Deze is afkomstig van de afgebroken watermolen.

In 1964 liet Antoine de Pitteurs kasteel en gronden verkopen. Hij verbleef meer in Tenerife dan in Ordingen, was vrijgezel en wilde niet dat zijn broer Gerard of diens kinderen van hem zouden erven; want zij leefden al jaren in ruzie. De gronden werden gekocht door de immobiliënmaatschappij, ‘Dennenland’, die er een woonwijk van maakte. Waar ooit een mooi park was met zeldzame bomen en een vijver, staan nu woningen. Enkel de straatnamen herinneren aan de geschiedenis van eeuwen.

Het kasteel zelf werd gekocht door Dr. Bekkers. Zijn zoon Gerard baatte er een restaurant in uit en in het commandeurshuis vond Radio Baccara, een lokale radio-omroep, zijn stek. Halfweg de jaren’ 90 kwam hieraan een einde: de gebouwen stonden weer te koop en de geruchtenmolen draaide op volle toeren. Uiteindelijk kocht de n.v. Bemas het kasteel en nu wordt het nauwgezet gerestaureerd. Het is de bedoeling dat er een vijfsterrenhotel komt.

Kasteel van Ordingen



Als men de dreef die toegang geeft tot het kasteel uitwandelt, staat aan de rechterkant, een beetje verscholen achter een bakstenen muur, nog een gebouw. Dat is de vroegere pastorij, een ontwerp van architect Denis (1837).

Aan het begin van de Dreefstraat vindt men rechts een statig herenhuis in een mooie tuin: de directeurswoning van de suikerfabriek van Ordingen. Charles de Pitteurs was eigenaar van deze fabriek, de grootste van de dorpen rond St-Truiden. Ze bood werk aan 70 tot 80 mensen en verwerkte 2 miljoen kilo bieten. Zoals alle suikerfabrieken zal ook deze worden opgeslokt door Tienen in 1885.

De Kruiskapelstraat brengt ons bij het mooie, barokke kruiskapelletje. Het werd in opdracht van kommandeur de Ruyschenberg in 1625 langs de oude weg naar Borgloon gebouwd. Langs het kapelletje ligt het nieuwe kerkhof en in het tuintje is een privébegraafplaats. Hier staat ook een prachtige plataan, een der merkwaardige bomen van België. Hij is meer dan 30 meter hoog en heeft een stamomtrek van ongeveer 5 meter. Onder zijn kruin kan je heerlijk picknicken.


Anita KEMPENEERS, ‘Ordingen’, in ‘Vergeet je wortels niet. Erfgoedverkenningen in Sint-Truidense dorpen en stadswijken’, Sint-Truiden: Erfgoedcel Sint-Truiden, 2012, p. 82-85 en 143.